Bah, Bach of Aah, Bach?

/ front

Meer dan twintig jaar geleden heb ik van mijn toenmalige leerkracht de Prelude van de eerste cellosuite van Bach moeten spelen. Voor zij die het willen opzoeken, het gaat over BWV 1007. Zij die nu fronsen en denken 'cellosuite?' hebben gelijk, jawel, op gitaar. Er bestaan transcripties van voor gitaar!

Nu leg ik de lat wat hoger, ik wil niet alleen de Prelude spelen, maar de hele eerste suite. Na meer dan twintig jaar was het een hele opgave om van de prelude alleen al de vingerzetting te ontcijferen. De gitaar moet ook iets anders gestemd worden, de lage mi-snaar moet namelijk naar re zakken. Gelukkig geldt dit voor de hele suite. Een ander probleem leek de soms vreemde spreidstand die de vingers van mijn linkerhand moesten nemen. Maar gaandeweg begreep ik dat de vingerzetting in het boek niet ideaal was en soms zelfs domweg fout of onmogelijk. Aanpassen was dus de boodschap, voor heel de suite. En ook dan bleef het rekken, trekken en soms grote sprongen maken.

Er zijn eigenlijk twee oorzaken voor de moeilijkheden. De uitgave die ik heb, is duidelijk niet goed en belangrijker, een gitaar is geen cello. Met andere woorden, het is niet geschreven voor gitaar. Het mag dan ook niet verwonderen dat het 'moeilijk' is. In het begin had ik dus een 'bah, Bach' gevoel.

Maar oefenen helpt en nu krijg ik, door de soms extreme stretching die mijn vingers moeten ondergaan, een dansend gevoel. Ze springen van de ene greep naar de andere en bewegingen die je instinctief nooit zou uitvoeren, worden geautomatiseerd. Je kan het vergelijken met ballet. Het lukt nu bijna moeiteloos om de zesde snaar aan de eerste fret in te drukken terwijl de pink een halve barré legt aan de vijfde fret. Ik kan je verzekeren, dit geeft een 'Aah, Bach' gevoel.

Maar waarom al die moeite voor een stuk van Bach dat niet eens voor gitaar geschreven is? Is het niet beter om een echt stuk voor gitaar in te studeren? In het geval van Bach is het onmogelijk om een gitaarstuk te spelen, want hij schreef voor luit, niet voor gitaar. Maar luit lijkt toch op gitaar? Ja, in zekere zin wel. Maar om stukken voor luit te spelen op gitaar moet je uiteraard ook je vingers in allerlei bochten wringen door de verschillende stemming en de kortere arm van de luit.

Ik heb twee belangrijke redenen. De eerste is voor mezelf. Het is een uitdaging die een enorme voldoening geeft. Zelfs wanneer je het alleen technisch hebt overwonnen, heb je al heel wat bereikt. Door de moeilijke grepen en grote sprongen die soms bliksemsnel en zonder bijgeluiden moeten gebeuren, leer je enorm veel bij. Je techniek wordt met andere woorden verbeterd. Wanneer je er dan nog emotie in kan leggen wordt het helemaal goed. Bach wordt door velen geprezen als de absolute topcomponist. Ik kan je verzekeren, wanneer het begint te lukken om het te spelen, begin je hem pas echt te appreciëren.

De tweede reden is minder evident, omdat het over de gitaar als instrument gaat. Een tijdje geleden las ik op een forum, specifiek voor klassieke gitaristen, commentaar op de muziek van Maximo Diego Pujol, een mijlpaal onder de componisten voor klassieke gitaar. Het was volgens hen teveel gericht op gitaar. Eerst was ik verbaasd. Wat was daar slecht aan? Maar dan herinnerde ik me enkele discussies, één met een cursist en één met mijn vroegere leerkracht, meer dan twintig jaar geleden (verbazingwekkend hoe goed het geheugen soms kan zijn).

Mijn cursist had een stukje voor luit van Bach geoefend en wilde ervan af, omdat het niet geschreven was voor gitaar en het daardoor moeilijk in de vingers lag. Ik begrijp het standpunt. Wanneer het te moeilijk wordt, is het niet leuk meer want je ziet geen of weinig vooruitgang. Je moet gemotiveerd blijven om het te spelen.

Het standpunt van mijn leerkracht vond ik heel bijzonder en was/is zeer motiverend voor mij. Hij ging niet uit van de speler, zijn prioriteit was het instrument, de gitaar. Als gitarist spelen we muziek, niet 'gitaarmuziek'. Het instrument is zeer veelzijdig en volwaardig. Om zo aanzien te worden, moet het instrument zich bewijzen. Daarom moeten we ook muziek spelen die niet specifiek voor gitaar is geschreven. Ik voelde meteen dat mijn leerkracht niet wilde dat ik me als gitarist beperkt zou voelen tot het spelen van louter 'gitaarmuziek'. Op gitaar wordt het snel heel technisch omdat we met de linkerhand de noten vormen en met de rechterhand de klank maken. In meerstemmigheid liggen de vingers snel in een knoop, dus om bijvoorbeeld een pianostuk om te zetten naar gitaar, moeten we heel goed overwegen welke noten we waar gaan spelen. Daarnaast mogen we ook ons bereik niet vergeten en de lengte van onze vingers is dan ook nog eens beperkt. Dit alles maakt het moeilijk, maar niet onoverkomelijk. Toch is dit volgens mij één van de redenen waarom zoveel met gitaar beginnen, waarvan enkele jaren later de meerderheid stopt.

Het meest veelzijdige instrument is de piano, omdat het meerstemmig is en een enorm bereik heeft qua toonhoogte. Daarnaast kan het zowel krachtig als stil klinken en is het geschikt voor een heel breed sprectrum van muziek. Ik ken geen cijfers of percentages maar volgens mij zijn er meer die piano volhouden dan gitaar. Toch kan ook de gitaar een verrassend grote variatie aan muziek aan. Het is dus zeker een volwaardig instrument. Maar het is niet altijd zo aanzien.

De gitaar was een instrument voor kamermuziek, meer nog, gitaarspelen was dikwijls een tijdverdrijf voor in de woonkamer. De spelers waren doorgaans geen grote namen die in grootse concertzalen speelden. Het instrument was te stil. Dikwijls waren ze de vrouwen van zogenaamde 'goede afkomst' die het financieel goed hadden. Toch zijn zij die we kennen uit die tijd mannen. Het zijn nog steeds de mannelijke componisten die we kennen als gitaristen. Het doelpubliek van deze componisten blijft jammer genoeg onbekend, hoewel zij waarschijnlijk tot de beste gitaristen uit hun tijd moeten worden gerekend. Het is dan ook verbazend dat we zo weinig vrouwelijke componisten voor gitaar kennen.

Het instrument veranderde. De draagwijdte van de klank werd groter door verbeterde bouwtechnieken. De huidige gitaar is zelfs groter. Daarnaast werd de speeltechniek verfijnd. De gitaar brak uiteindelijk door als echt concertinstrument.

Maar toch... het blijft een instrument om solo te spelen of in kleine ensembles, het klinkt het best in kleinere zalen en is moeilijk combineerbaar met een heus orkest. Het contrast tussen de gitaar en het orkest komt bij mij altijd over als iemand die fluisterend een verhaal vertelt in de roepende menigte van het geheel. Met de huidige technologie probeert men met versterking te werken om de gitaar meer draagkracht te geven, maar dan klinkt het volgens mij onnatuurlijk tot zelfs wrang. Waarschijnlijk ook daarom wordt deze muziek weinig gespeeld. Het gevolg is natuurlijk dat de klassieke gitarist zich op dit vlak gepasseerd voelt en de waarde van het instrument extra moet bewijzen. Eén van deze 'bewijzen' is het spelen van muziek buiten het specifiek voor gitaar gecomponeerde repertoire.

Wil ik daarom 'Bach' spelen? Nee, ik wil het spelen omdat het mooi is. En als ik een niet-voor-gitaar-geschreven stuk kan spelen dat ik graag hoor, dan wil ik niet bewijzen dat de klassieke gitaar evenwaardig is aan pakweg een piano, nee, dan bewijs ik aan mezelf dat ik de muziek die ik graag hoor, zelf kan spelen, ongeacht voor welk instrument het bedoeld was. Voilà!

Previous Post